Font Size

SCREEN

Profile

Layout

Menu Style

Cpanel

Inleiding belastingen Nederlandse Antillen

(Voor de liefhebber...)

Wat zijn belastingen?

Belastingen zijn heffingen die naar algemene normen geschiedt, juridisch afdwingbaar zijn en dienen om middelen te krijgen voor de publieke uitgaven, zonder dat daar een individueel aanwijsbare (contra-)prestatie van de overheid tegenover staat. Dit in tegenstelling tot retributies waarbij wel een individueel aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat (havengelden, paspoortleges, schoolgeld, etc.). Tussenvorm is de bijdrage. Deze wordt geheven van een groep personen die voordeel hebben van de overheidsprestatie, bijvoorbeeld een baatbelasting na de bouw van een brug waardoor een aantal huizen beter bereikbaar worden.

Doelen van belastingheffing

Kortweg is het doel van belastingheffing: “maximalisering van de collectieve welvaart”. Door herverdeling van middelen van de burgers kan het overheidsapparaat bepaalde maatschappelijke en of economische doelstellingen nastreven. Het hoofddoel is het krijgen van financiële middelen om de overheidsuitgaven te dekken. Daarnaast kan het bijvoorbeeld gewenst zijn om de deviezenreserve te beheersen of het gedrag van de consumenten te beïnvloeden. De Sociaal- Economische Raad wijst op de volgende algemene doelstellingen van sociaal economisch beleid:

  • economische groei;
  • verhoging werkgelegenheid;
  • evenwichtige betalingsbalans;
  • billijke inkomensverdeling;
  • stabiel prijsniveau.

Beginselen van belastingheffing

  • beginselen van verdelende rechtvaardigheid:
    • draagkrachtbeginsel (zie progressie in de inkomstenbelasting)
    • profijtbeginsel (grondbelasting)
      • beginsel van bevoorrechte verkrijging (het heffen van een specifieke belasting indien de verkrijging van een bate in een bevoorrechte situatie verkeerd in vergelijking met een ander:
      • successierecht (verschil in tarief)
      • kansspelbelasting
  • beginsel van doelmatigheid:
    • vrijstellingen
    • drempelbedragen

 

Historie van het Nederlands Antilliaans belastingrecht

De rechtsverhouding tussen de leden van het Koninkrijk der Nederlanden wordt sinds 1954 geregeld in het Statuut. Daarin is ondermeer te lezen in artikel 98 van de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen dat de leden van het Koninkrijk zullen streven naar concordantie van wetgeving. Dat wil zeggen dat het burgerlijk- en handelsrecht, de burgerlijke rechtsvordering, het strafrecht, de strafvordering, het auteursrecht, de industriële eigendom en het notarisambt zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze worden geregeld. Belastingrecht ontbreekt in deze opsomming.

De bestaande belastingen in de Nederlandse Antillen dateren uit verschillende periodes. In 1908 werd een totale herziening en nieuwe opzet van het belastingstelsel tot stand gebracht. Daarvan gelden nog nagenoeg ongewijzigd de successiebelasting, de grondbelasting, de zegelbelasting, het registratierecht, de overdrachtsbelasting en de verkopingsbelasting.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de inkomstenbelasting en de winstbelasting, waarvoor de toenmalige Nederlands-Indische ordonnantiën model stonden, ingevoerd. In deze tijd werd ook de invorderingswetgeving vervangen en de Raad van Beroep voor belastingen ingesteld.

Na de oorlog werden voornamelijk de inkomsten- en winstbelasting gewijzigd. Bepalingen uit de Nederlandse door de Duitse bezetters uitgevaardigde Besluiten op de Inkomstenbelasting en de Vennootschapsbelasting werden overgenomen en later ook teksten uit de huidige Nederlandse belastingwetten (bijvoorbeeld basiskorting en toeslagen).

De Nederlandse Antillen kent vanaf 1954 het begrip “offshore” in haar fiscale wetgeving. Aanleiding was de kapitaalvlucht van met name natuurlijke personen tijdens de Tweede Wereldoorlog naar veilige landen, waaronder de Nederlandse Antillen. Na de Tweede Wereldoorlog bestond de behoefte om blijvend geldstromen aan te trekken, door het fiscaal aantrekkelijk te maken dit te doen.  Het betrof immers veelal vermogensbestanddelen van particulieren en lichamen in het buitenland, die men naar elders wenste te verplaatsen. De belasting voor deze beleggingsmaatschappijen moest laag zijn. Kapitaalvoordelen, die in de regel vrij waren van belasting, moeten ook voor deze maatschappijen vrijgelaten worden. Voorstel was dan ook om slechts één tiende van alle opbrengsten van beleggingen in de winstbelasting innaanmerking te nemen en koerswinsten en verliezen buiten aanmerking te laten.

Aangezien Aruba in 1986 als zelfstandig land haar eigen belastingwetgeving heeft gekregen, wijken de Arubaanse en de Nederlands Antilliaanse belastingwetgeving ook steeds meer van elkaar af. Zo is bijvoorbeeld in 1986 in de Nederlandse Antillen de penshonado-regeling ingevoerd. Aruba heeft deze nooit gekend.

Belangrijke wijzigingen in de Nederlandse Antillen sindsdien zijn:

  • Introductie van de Algemene Bestedingsbelasting in 1996 (benedenwindse eilanden) en de Belasting op Bedrijfsomzetten in 1997 (bovenwindse eilanden)
  • Invoering van het voldoening op aangifte systeem voor de winstbelasting (1996)
  • Beperking aftrekposten in de inkomstenbelasting en winstbelasting (2000)
  • Omzetting Freezone tot E-Zone (2001)
  • Afschaffing ABB en invoering omzetbelasting (2001)
  • Afschaffing van de gebruiksbelasting (effectief 2001)
  • Afschaffing van de offshore in de winstbelasting (2001)
  • Invoering van de Algemene landsverordening Landsbelasting (2001)
  • Invoering van de spaarvermogensbelasting (2005)

Naast verschillen tussen de Nederland en de Nederlandse Antillen en vanaf 1986 ook met Aruba, zijn er verschillen tussen de belastingmiddelen en -tarieven  tussen de eilanden.

Grondbelasting
Met ingang van 1 januari 1929 werd de grondbelasting op de Bovenwindse Eilanden afgeschaft in verband met de voortdurende achteruitgang op economisch terrein aldaar. Hoewel met ingang van 1 januari 1971 zij weer op St. Maarten werd ingevoerd, werd zij de facto niet geheven in verband met de gebrekkige kadastrale aanduidingen en onzekerheid met betrekking tot de vraag wie de eigenaars waren van vele stukken grond op St. Maarten.

Gebruiksbelasting
Met ingang van 1 januari 1929 werd de grondbelasting op de Bovenwindse Eilanden afgeschaft in verband met de voortdurende achteruitgang op economisch terrein aldaar. In tegenstelling tot de grondbelasting is de gebruiksbelasting niet meer ingevoerd op de Bovenwindse Eilanden. Vanaf 2000 is de gebruiksbelasting ook op de Benedenwindse Eilanden afgeschaft.

Invoerrechten
Op de Bovenwindse Eilanden worden sinds 1939 geen invoerrechten en accijnzen geheven, met een kleine uitzondering inzake bijzondere invoerrechten op benzine. Ook hiervoor was de financiële situatie van de Bovenwindse Eilanden aanleiding.

ABB->OB / BBO
“De Regering heeft in het licht van de verhoudingen in ons land gemeend tot het uiterste te moeten gaan om samen met de Bovenwindse Eilanden serieus naar reële en praktisch uitvoerbare alternatieve heffingsmaatregelen op die eilanden te zoeken. […] Na intensief overleg met de Bovenwindse Eilandengroep en gelet op het advies door de daartoe door de regering ingestelde commissie van experts die heeft overlegd met bestuurders en ambtenaren van de Bovenwindse Eilanden, stelt de regering gelet op de specifieke positie van de Bovenwindse Eilanden thans het volgende pakket voor […].” Bovenstaande tekst is afkomstig uit de Memorie van Toelichting bij de invoering van de BBO.

Opcenten
Ook de eilandelijke opcenten verschillen per eiland. Momenteel verschilt alleen nog het tarief voor de loonbelasting en inkomstenbelasting. Voor Curaçao zijn de opcenten 30%; voor de overige eilanden 25%.

Autonomie van het belastingrecht / Jurisprudentie
Met autonomie bedoelt men de zelfstandigheid van het belastingrecht tegenover het burgerlijk recht bij wetsinterpretatie. Dat wil zeggen dat het belastingrecht geheel zelfstandig het maatschappelijk leven benadert en op grond daarvan de nodige rechtregels opstelt. Dit doet het naar eigen behoefte. Maar nimmer mag onder deze leer verstaan worden dat het belastingrecht enkel rekening te houden heeft met slechts de maatschappelijke verhoudingen en de bestaande rechtsverhoudingen moet negeren. In veel gevallen zal de belastingrechter zich afvragen of aan een term dezelfde inhoud moet worden toegekend als in het burgerlijk recht, dan wel of de inhoud bepaald moet worden aan de hand van eigen fiscaalrechtelijke eisen, welke voortvloeien uit de fiscale doeleinden waarop het wetsartikel rust. In de gevallen dat de wetgever een typische burgerrechtelijke term kiest die buiten het burgerlijk recht niet of zelden voorkomt, dan heeft deze voor het belastingrecht dezelfde betekenis als hij voor het burgerlijk recht reeds heeft verkregen. Voorbeeld hiervan zijn de termen “de bloed- en aanverwanten in de rechte linie en in de tweede graad der zijlinie”. Dit zijn typische burgerrechtelijke termen, die nergens in de belastingwetten nader worden omschreven of gedefinieerd.

Voor de interpretatie van de wet wordt in de Nederlandse Antillen veel gekeken naar (veelal oude) uitspraken van het Hof en arresten van de Hoge Raad gebaseerd op de Nederlandse geschillen. Na al die jaren van eigen ontwikkeling van de belastingwetten, moeten de uitspraken en arresten natuurlijk wel steeds vaker anders toegepast of geïnterpreteerd worden. Reparatiewetgeving in Nederland wordt niet altijd gevolgd in de Nederlandse Antillen, vanwege het soms zeer beperkte belang.

Verdeling belastingopbrengsten

Sommige belastingen komen geheel ten goede aan het Land; van sommige andere belastingen moet het Land een gedeelte vaan het eiland, waar de belastingen uit verkregen zijn, overdragen. In beide gevallen worden deze belastingen in het spraakgebruik aangeduid met “landsbelastingen”. De volgende bestaande belastingen komen geheel ten goede aan het Land (artikel 86, lid 1 van de ERNA):

  • zegelbelasting
  • overdrachtsbelasting
  • verkopingsbelasting
  • successie- en overgangsbelasting

Het Land draagt aan het eiland, waar de belastingen uit verkregen zijn, 50% over van de opbrengsten van:

  • de invoerrechten
  • de uitvoerrechten
  • de accijnzen
  • het bijzonder invoerrecht op benzine
  • omzetbelasting
  • belasting op bedrijfsomzetten

Deze regeling kan worden aangeduid als de 50-50% regeling. De regeling geldt echter niet voor Bonaire en de Bovenwindse Eilanden, zodat zij niets uit deze heffingen krijgen.  (artikel 112 en 129 ERNA). Omdat de belasting op bedrijfsomzetten alleen op de Bovenwindse Eilanden wordt geheven, zou dit belastingmiddel ook ingedeeld worden bij de eerste groep.

Sommige belastingen komen geheel ten goede van het eiland; van sommige andere belastingen moet het eiland een gedeelte aan het Land overdragen. In beide gevallen worden deze belastingen in het spraakgebruik aangeduid met “eilandsbelastingen”. Geheel ten goede van het eiland komt (artikel 87, lid 1 ERNA) de grondbelasting.

Het eiland draagt aan het Land 25% over van de opbrengsten van de:

  • inkomstenbelasting
  • loonbelasting
  • winstbelasting

Deze regeling kan worden aangehaald als de “75-25% regeling”. Deze regeling geldt niet voor Bonaire en de Bovenwindse Eilanden, zodat zij niets uit deze heffingen aan het Land afdragen (artikel 112 en 129 ERNA).

In sommige gevallen is het inkomen of de winst van een persoon afkomstig van meer dan één eiland. Dan moet de geheven inkomsten- of winstbelasting die ten goede aan het eiland komt, verdeeld worden onder die eilanden krachtens de regels van de Landsverordening toescheiding belastingopbrengsten of in de wet opgenomen bepalingen (bijvoorbeeld artikel 24B van de Landsverordening op de winstbelasting 1940.

Opcenten zijn toeslagen op het belastingbedrag, uitgedrukt in procenten van de hoofdsom. De hoofdsom is het bedrag welke aan belasting betaald moet worden krachtens het tarief. De bevoegdheid tot heffen van opcenten komt uitsluitend toe aan de eilandgebieden. De eilandgebieden kunnen opcenten heffen op de loon- en inkomstenbelasting, doch mogen het plafond van 30 per belasting niet overschrijden. Voor de winstbelasting geldt een opcentenplafond van 15. Voor de grondbelasting is geen plafond vastgesteld.

In genoemd artikel 87 van de ERNA wordt gesproken van vijf en twintig ten honderd van de opbrengst van de hoofdsommen van de belastingen op inkomens en winsten komt ten goede aan het Land. Dit betekent dat de opcenten geheel voor het eilandgebied blijven.

Welke belastingmiddelen kennen we op de Antillen?

De volgende belastingen zijn ter dato actueel:

(Economische) directe belastingen:

  • Inkomstenbelasting
  • Loonbelastingen
  • Winstbelasting
  • Dividendbelasting (in werking getreden maar nog niet van toepassing verklaard)*
  • Motorrijtuigenbelasting
  • Loterijbelasting
  • Luchthavenbelasting
  • Na het SER rapport is daar nog bijgekomen: Spaarvermogensheffing

(Economische) indirecte belastingen:

  • In- en uitvoerrechten (van kracht op Benedenwindse Eilanden)*
  • Bijzonder invoerrecht op benzine*
  • Accijnzen*
  • Zegelbelasting*
  • Registratierechten*
  • Overdrachtsbelasting*
  • Belasting op Bedrijfsomzetten (BBO, van kracht op de Bovenwindse Eilanden)
  • Omzetbelasting (OB, van kracht op de Benedenwindse Eilanden)
  • Grondbelasting (Inning vindt alleen op Benedenwindse Eilanden plaats)
  • Verkopingbelasting
  • Logeergastenbelasting
  • Verhuurautobelasting
  • Deviezenprovisie
  • Afvalstoffenbelasting
  • Leges retributieverordening
  • Vergunningsrecht
  • Speelvergunningrecht

Heffingen op vermogen:

  • Successie-, schenking en overgangsbelasting

Directe en indirecte belastingen

In Nederland is een belastingwet juridisch gezien direct indien zij als zodanig in enige belastingwet uitdrukkelijk wordt vermeld. In de Nederlandse Antillen staat dit niet in de betreffende belastingwetten. Toch is dit van belang omdat bijvoorbeeld de Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943, natuurlijk alleen betrekking heeft op de (juridisch) directe belastingen. In de Nederlandse Antillen gaat het hierbij om periodieke heffing krachtens kohieren. De directe belastingen zijn: winst-, inkomsten-, loon-, grond- en gebruiksbelasting. De successie- en overgangsbelasting is, hoewel zij krachtens kohieren wordt geheven, geen directe belasting omdat zij niet periodiek wordt geheven.

Formele Bepalingen

Formele bepalingen inzake de heffing van belastingen zijn sinds augustus 2001 grotendeels opgenomen in de Algemene landsverordening Landsbelastingen. Bepalingen inzake invordering o.a. in Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943 in combinatie met de Invorderingsverordening 1954 (voor Curaçao) of de Invorderingsverordening 1961 voor Bonaire.

Volgorde regelgeving

  • Verdragen / BRK
  • Landsverordeningen
    • volgorde in wet
    • lex specialis
  • Landsbesluiten
  • Ministeriële Beschikkingen
  • Aanschrijving
  • Beleid

Hoe is een belastingwet opgebouwd?

  • Subject (soms omgedraaid met object, subjectieve belastingheffing of objectieve belastingheffing, winstbelasting: winst staat centraal, vennootschapsbelasting: object staat centraal, echter niet altijd even duidelijk. Mn voor winstbelasting daarom gevaarlijk om te kijken naar NLse Vpb.)
  • Object (som omgedraaid met subject)
  • Tijdvak / tijdstip
  • Tarief
  • Formele bepalingen

Organisatiestructuur van de Nederlands Antilliaanse Belastingdienst

De organisatie van de belastingdienst is geregeld in het ‘Organisatiebesluit Belastingdienst (P.B. 1975, nr. 193)’ en als voornaamste andere regeling de ‘Landsverordening tot aanwijzing van het belastingcontroleorgaan van de Nederlandse Antillen’ (P.B. 2001, no. 149).

De organisatiestructuur kan als volgt worden weergegeven:organigram

Vaker wordt het geheel aan uitvoeringsinstanties, tezamen met de Directie Fiscale Zaken, aangeduid als Belastingdienst.

Daarnaast kunnen worden genoemd:

  • Raad van Beroep in Belastingzaken
  • SVB (premies AOV/AWW)
  • Directie Wetgeving en Juridische Zaken (wetgeving)
  • Justitie (vervolging strafbare feiten)
Compliance: het naleven van wet en regelgeving door de belastingplichtige
De heer S.C. Casper RA heeft zijn RA scriptie geschreven over de “Beheersing van de belastingfraude op de Nederlandse Antillen”. Casper:

“Tot 1995 was er op de Nederlandse Antillen geen fraudebeleid.”. “De Antilliaanse samenleving ziet belastingontduiking niet als fraude in de zin van een strafbaar feit. Men beschouwt het verschijnsel veeleer als een gebruikelijke ‘omgangsvorm’. Het is een spel. Verliest men, dan moet men alleen de belasting alsnog afdragen, hoogstens verhoogd  met een boete. Maar daar moet het wel bij blijven. Gevangenisstraf komt in deze gedachtegang niet voor.”. “De koerswijziging op het gebied van fraudebestrijding werd niet door iedereen in dank afgenomen. Vooral bij ondernemers en enkele politieke partijen stuitte de installering op veel weerstand en kritiek.”. “Sinds de aankondiging van het fraudeteam (onderdeel van het Belastingaccountantsbureau) hebben vele belastingplichtigen zich vrijwillig aangemeld en verzwegen inkomsten alsnog aangegeven.”.
Kenmerkend voor wat betreft de effecten van een strenger repressief beleid is de Memorie van Toelichting bij de Landsverordening tot wijziging van de Landsverordening op  de inkomstenbelasting 1943 (P.B. 2002, no. 63) en de Landsverordening op de winstbelasting 1940 (P.B. 2002, no. 54) welke heeft geleid tot verlaging van de loon- en inkomstenbelastingtarieven in 2005. In deze Memorie van Toelichting is opgenomen:

Ter compensering van de inkomsten die het Land als gevolg van de voorgenomen belastingverlaging zal derven, is de Regering reeds geïnitieerd met de implementatie van maatregelen ter verhoging van de “tax compliance”om de huidige belastingopbrengsten te verhogen. Mede door intensivering van de samenwerking tussen de verschillende entiteiten van de Belastingdienst onderling is een verhoging van de belastingopbrengsten realiseerbaar. Conform het plan van aanpak van de Inspectie der Belastingen, de Ontvangers en de stichting Belasting Accountants Bureau zullen de belastingopbrengsten (die op dit moment NAF. 1.3 mrd. voor de hele Nederlandse Antillen bedragen) vanaf 2005 structureel toenemen met NAF. 50 miljoen, oplopend tot NAF. 75 miljoen in 2006 en NAF. 100 miljoen in  2007.
In 2004 is reeds een aanvang gemaakt met de implementatie van de maatregelen ter verhoging van de “tax compliance”. Om bedoelde maatregelen efficiënter te kunnen uitvoeren zal de Belastingdienst beter moeten worden uitgerust. Hiermee zal de Regering in staat worden gesteld om op een structurele en continue basis een groter deel van de verschuldigde belastingen te innen. Met deze aanpak wordt beoogd de groep “belastingplichtigen” die belasting ontlopen alsnog te belasten. Deze groep heeft, bij uitblijven van controle, zonder belastingheffing inkomsten kunnen genieten waardoor de belastingdruk voornamelijk gedragen moest worden door de belastingplichtigen die zich wel aan de regels hielden. Een effectieve controle en de voorgestelde verlaging van de inkomstenbelastingtarief zal een eerlijke verdeling van de belastingdruk over de gehele gemeenschap bewerkstelligen.
Verder wordt in deze Memorie van Toelichting geschreven:
In het jaar 2003 is, ondanks de economische achteruitgang, voor een recordbedrag van NAF. 1.303.805.334 aan totale belastingopbrengsten voor de Nederlandse Antillen door de verschillende Land- en Eilandsontvangers geïnd. […] Sinds 1990 heeft een stijging van de belastingopbrengsten met 60% plaatsgevonden.
Uit onderstaande grafiek wordt duidelijk dat de controle door de Stichting BAB sterk is toegenomen.
afgeronde onderzoeken

Belastingopbrengsten voor het Land en de Eilandgebieden

In de afgelopen 18 jaar zijn de belastingopbrengsten verdubbeld. In 1990 werd voor ongeveer NAf 800 miljoen aan belastingen geïnd. In 2008 bedroegen de totale belastinginkomsten NAf 1.672 miljoen. In deze periode was er sprake van een gemiddelde jaarlijkse groei van belastinginkomsten van 5,6%.
totale belastingopbrengsten

De groei is niet alleen door betere controle, maar ook door het feit dat er meer belastingplichtigen waren. Daarnaast moet natuurlijk rekening gehouden worden met inflatie.

aantal belastingplichtigen
 
Tot slot een overzicht van de verschillende belastingopbrengsten en de omvang van de bedragen per eilandgebied.
belastingopbrengsten 2008
Gebruikte bronnen voor deze inleiding
  • Een nieuw belastingstelsel voor de Nederlandse Antillen; initiatief­­advies van de Sociaal- Economische Raad, 2003
  • Invorderingsregime op Curaçao, een verouderd systeem? Voldoet deze verordening nog steeds als instrument voor het Eiland als bijzonder schuldeiser?, H. Daal
  • Belastingheffing op de Nederlandse Antillen en toekomstperspectief, mr. A.C.M. Goede
  • Belastingen in de Nederlandse Antillen, mr. C.I. Plantz en mr. K.F. Walboom, 1978
  • Geschiedenis van de belastingen in de kolonie Curaçao en de Nederlandse Antillen , mr. F. Metry,
  • Algemene beginselen van het Antilliaanse belastingrecht (capita selecta), grondbelasting en gebruiksbelasting, mr. F. Metry, 1990
  • Beheersing van de belastingfraude op de Nederlandse Antillen, S.R. Casper RA, 1996
  • Presentatie belastingopbrengsten 2003 t/m 2008 op de Nederlandse Antillen, Stichting BAB, http://www.vbc.an/website/index.php/newsletters/doc_download/47-overzicht-belastinginkomsten-2008-en-jaren-daarvoor
  • Deze inleiding is een bewerking van de reader Inleiding Nederlands Antilliaans belastingrecht van juli 2009 welke wij samengesteld hebben.
U bevindt zich hier: Home Belastingadvies Inleiding belastingen Nederlandse Antillen